28-10-2010
Ambitie, niet geld, drijfveer innovatie
Kapitaal is geen probleem als jonge innovatieve ondernemer voldoende 'drive' heeft om succes te boeken
Door: Marcel Kleijn, Ingrid Faber en Patrick Morley
Terecht benadrukt het regeerakkoord dat de concurrentierkracht van het bedrijfsleven versterkt moet worden met een overheid die gericht beleid voert 'ter bevordering van innovatie en ondernemerschap'. De vraag is welk gericht beleid optimaal is. Vaak lijken subsidies of kredieten de oplossing. Dat is onterecht, goed nieuws voor een kabinet dat € 18 mrd wil besparen.
Neem het probleem dat Nederland achterblijft met investeringen in innovatie. Toegang tot kapitaal wordt gezien als een vàn de belangrijkste knelpunten. Voor een belangrijke groep ondernemingen is dit ook waar, met name die zonder kasstromen, track-record of onderpand. Vaak jonge innovatieve bedrijven, die heel belangrijk zijn voor onze concurrentiekracht. De overige ondernemingen kunnen in beginsel prima terecht bij een bank voor financiering.
'Venture capital' of 'slim geld' is een alternatief voor jonge innovatieve ondernemingen om aan kapitaal te komen. Maar er komt steeds minder venture capital beschikbaar in Nederland, omdat institutionele beleggers geen geld meer stoppen in dit soort alternatieve beleggingen. Dat is niet vreemd omdat het rendement, gemiddeld gezien, bedroevend laag is in Nederland en Europa, zelfs negatief. Alleen de best presterende fondsen halen een goed rendement. Het loont voor institutionele beleggers niet om te investeren in expertise om het kaf van het koren te scheiden, vanwege de kleinschaligheid van venture capital.
In de Verenigde Staten halen venture capital fondsen veel betere rendementen, dus het kan wel. Ze presteren daar beter omdat ze veel meer te kiezen hebben: het aantal goede voorstellen (de 'deal flow') is in de Verenigde Staten veel groter dan in Europa. Een goed voorstel voor een venture capitalist is een ondernemer met een onderscheidende business case, goede kennis en goede 'skills' op het gebied van organisatie, netwerken; marketing en financiering. Maar het is bovenal de enorme 'drive' om een succes te maken van zijn of haar onderneming.
Vooral dat laatste is in Nederland relatief weinig aanwezig; veel ondernemers zijn al snel tevreden of hebben niet de wil om te doen 'whatever it takes to get there'. Of ze willen geen controle uit handen geven. Het is geen toeval dat serieondernemer Kees deJong onlangs in zijn FD-colurnn als eerste van zijn top-100 aan ergernissen 'gebrek aan ambitie' noemde!
Een venture capitalist vindt ondernemers met een gebrek aan ambitie uiteindelijk niet interessant genoeg, omdat het risico op een tegenvallend rendement te groot is.Veel jonge innovatieve ondernemers hebben hierdoor een probleem om aan financiering voor hun plannen te komen. Is dit een probleem van de kapitaalmarkt,of een probleem van de ondernemer die niet volgens de wetten van de kapitaalmarkt wil spelen? Wij denken het laatste.
In plaats van nog meer nieuw financieel beleid, kan de overheid volgens ons betergoed kijken naar de oorzaakvan de relatief lage ambitie van Nederlandse ondernemers. Richt het beleid op dit gebrek. Voor goede voorstellen zal uiteindelijk voldoende venture capital beschikbaar komen.
Marcel Kleijn is medewerker van de Adviesraad Wetenschaps- en Technologiebeleid
(AWT), Ingrid Faber en Patrick Morley zijn er lid van.
Bron: Financieel Daglad – 18 oktober 2010
15-10-2010
Mkb-bedrijven doen vaak octrooiaanvraag
Midden- en kleinbedrijven in de sectoren industrie en zakelijke diensten vragen in vergelijking met grote bedrijven in die sector relatief veel octrooien aan. Dit blijkt uit het onderzoek 'Octrooien in het mkb' van onderzoeksbureau EIM in samenwerking met NL Octrooicentrum.
In totaal hebben 4700 mkb-bedrijven in de periode 2003 tot 2007 octrooi aangevraagd. Dat is gezamenlijk goed voor 10.500 octrooiaanvragen. Van de mkb'ers in de industrie heeft 28% octrooi aangevraagd. In de zakelijke dienstverlening is dat 26%. In totaal hebben 5000 bedrijven' octrooi aangevraagd. Hiervan behoort 95% tot het mkb. De overige 5% betreft grote bedrijven. De kleine groep grote bedrijven is wel verantwoordelijk voor 70% van de in totaal 35.000 aangevraagde octrooien. l
Octrooi aanvragende mkb-bedrijven zijn relatiefvaak afkomstig uit Brabant (15) en dan vooral uit Eindhoven en' omgeving. Andere gebieden met veel octrooi aanvragende bedrijven zijn Den Haag, de Gelderse Vallei, Twente en Noord-Limburg. Uit het onderzoek blijkt dat regio's met een technische universiteit (Delft, Zuidoost-Brabant en Twente) en een landbouwuniversiteit (Wageningen) goed scoren.
21% van de mkb-octrooiaanvragen betreft het technologiegebied, consumentenproducten en bouw. Andere belangrijke technologiegebieden in het mkb zijn industriële processen (17%) en werktuigbouw en machines (15%). Dit is een duidelijk verschil met grote bedrijven, die voornamelijk innoveren op het gebied van elektriciteit en elektronica (32%) en instrumenten (16%). Deze hoge percentages worden veroorzaakt door de vele octrooiaanvragen van Philips in deze gebieden.
Het onderzoek is een aanvulling op het onderzoek 'Octrooien in Nederland', waarin octrooidata zijn gekoppeld' aan gegevens van de Kamer van Koophandel.
Bron: Financieel Dagblad – 8 oktober 2010
14-10-2010
Kritiek Brussel op innovatiebeleid
Topambtenaar hekelt beperkte investeringen in Nederlandse kenniseconomie
Door: Han Dirk Hekking en Martin Visser
De Nederlandse investeringen in onderzoek, ontwikkeling en onderwijs blijven ruim achter bij het Europese gemiddelde. Het Nederlandse innovatiebeleid levert nog wel voldoende resultaat om bij de Europese middenmoot te horen, maar een inhaalslag is hard nodig.
Dat zegt Robert-Jan Smits, de hoogste ambtenaar van het directoraat-generaal Research van de Europese Commissie, tegenover deze krant. Zijn uitlatingen zijn saillant, omdat Smits een van de hoogst geplaatste Nederlanders is in Brussel. Sinds de aanstelling van Smits heeft Nederland drie directeuren-generaal bij de Commissie.
'Nederland moet erg uitkijken dat de investeringen in onderwijs en onderzoek op peil worden gehouden', zo zegt Smits. Nederland steekt 1,71% van zijn bruto binnenlands product in de kenniseconomie, tegen een Europees gemiddelde van 1,9%. Het Europese streven is 3%.
Smits verwijst naar een ranglijst die de Commissie in december presenteert. Daarop stijgt Nederland van de elfde naar de negende plaats, ondermeer doordat Nederland goed scoort op het aantal aangevraagde patenten en op de citatenindex van wetenschappelijke publicaties. 'Die citatenindex is gebaseerd op werk dat vijf tot tien jaar geleden is gedaan', zegt Smits. 'Als een land weinig geld in de kenniseconomie stopt, dan heeft dat land op een gegeven moment ook niet meer voldoende onderzoekers die kunnen publiceren.'
Nederland is 'nog steeds een innovatievolger', zegt Smits. België, Frankrijk, Luxemburg en Ierland doen het ongeveer even goed als Nederland. Onder de kabinetten Balkenende is met het Innovatieplatform juist een poging gedaan
leidend te zijn in Europa.
Doordat de Nederlandse investeringen in de kenniseconomie achterblijven, is ook het aantal onderzoekers in Nederland relatief laag, zo zegt de topambtenaar. 'Nederland staat zelfs op de laatste plaats van heel Europa wat betreft het aantal vrouwelijke bèta-onderzoekers. Dat is natuurlijk beschamend.' Ook stokt volgens hem de aanwas van jonge innovatieve bedrijven in Nederland.
Smits ziet Duitsland als een voorbeeld voor Nederland: 'Duitsland geeft volgend jaar € 12mrd uit aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is een stijging van 54% ten opzichte van 2005. Duitsland wil naar de 3% en zet dus wél op de kenniseconomie in.'
Over de plannen van het nieuwe kabinet wil de Nederlandse ambtenaar zich nog niet uitlaten. Het aanstaande kabinet Rutte wil structureel € 1,45 mrd bezuinigen op onderwijs en eenzelfde bedrag investeren in de kwaliteit van het
onderwijs. Bij Economische Zaken worden € 300 mln aan innovatiesubsidies geschrapt.
In de Lissabonagenda, de Europese strategie voor 2000-2010, was ook al een streefcijfer van 3% investeringen in innovatie opgenomen.
Bron: Financieel Dagblad - 12 oktober 2010